De zwarte olifant

‘Toen ik eindelijk durfde te vragen of ze wel eens dacht aan stoppen met leven, was ik vooral opgelucht. We konden het erover hebben. Eerlijk gezegd vond ik het best stoer van ons dat dat lukte.’

Janneke van Bockel is ouderschapsdeskundige en schrijver. Haar dochter worstelde jarenlang met depressie en gedachten over de dood. Janneke vertelt over vragen durven stellen, wachten en blijven.

Grootgroeien

‘Achteraf zie ik dat het rond haar zestiende begon. Toen dachten we dat het bij grootgroeien hoorde. Dat nukkige, zich afsluiten, nergens zin in hebben, alles op zijn beloop laten. En dan waren er weer periodes dat het allemaal wel meeviel. Dachten wij. Met mijn hoofd dacht ik het wel te snappen. Het is mijn vak. Ouder zijn van een kind dat volwassen wordt is een transformatie, met eigen hobbels. Maar dat het draadje tussen ons zó dun zou worden, daar was ik niet op bedacht. Ik vond het buitengewoon ingewikkeld eieren lopen.

Toen ze op aanraden van haar mentor naar de schoolpsycholoog ging, vonden we dat vooral een goed plan. Wat fijn dat zoiets zo laagdrempelig kon. Na een paar gesprekken vond de schoolpsycholoog haar problematiek te zwaar. Ze ging door naar de POH-ggz, en van daar naar een andere psycholoog. Iedereen leek op hetzelfde spoor te zitten: te veel druk. Van school, en van ons. Wij hadden daar onze vraagtekens bij, maar we waren nergens welkom om mee te denken.’ 

Sprankeltjes

‘Dit is geen verhaal van weken of maanden. Het zijn jaren. Dankzij een mentor die fantastisch meedacht, deed ze haar examenjaar in twee jaar. Daarna ging ze op kamers. We hoopten dat een studie die ze zelf koos haar succeservaringen zou geven. Een beetje grip op haar leven.

Hoop, dat is wat je gaande houdt. Dus zochten we naar sprankeltjes, in de hoop dat die haar vuurtje zouden aanwakkeren. De bijbaan waar ze op handen werd gedragen. Als ze zingend door het huis liep. De lieve vriend die haar door dik en dun steunde.

Maar langzaam zakte ook ons de moed in de schoenen. Ze stopte met haar studie. Met haar bijbaan. Ze verhuisde naar een anti-kraakpand en verschool zich op haar kamer, omdat samenleven in zo’n grote groep haar niet lukte. Ze nam de coronaregels uiterst serieus en raakte steeds verder geïsoleerd. En wij stonden erbij en keken ernaar. We wisten: als we gaan trekken en duwen, drijft ze nog verder van ons af.

Zorgen moet je doen, niet maken, staat op een poster van Loesje. Zodra je kind het huis uit is, wordt dat een stuk ingewikkelder. We deden ons best om een lijntje te houden. Om niet alleen over moeilijke dingen te praten. Om haar te laten voelen dat ze er mocht zijn zoals ze was.’

Buitenspel

Vragen

‘Ik wilde haar niets aanpraten wat er misschien niet was. De training Vraag maar van 113 hielp me erop te vertrouwen dat open vragen naar doodsgedachten haar niet die kant op zou duwen. Toch moest ik flink wat moed verzamelen. Misschien omdat ik zelf bang was voor het antwoord. Wat moest ik zeggen als ze zei dat ze er nooit om had gevraagd om op de wereld te komen?

Het ging anders. Toen ik eindelijk durfde te vragen of ze wel eens dacht aan stoppen met leven, was ik vooral opgelucht. De zwarte olifant in de kamer had een naam. We konden het erover hebben.

Ze zei eerlijk dat ze daar veel aan dacht. Mijn man vertelde hoe hij als twintiger met dezelfde gevoelens had geworsteld. Het lukte ons om die gevoelens er gewoon te laten zijn, zonder meteen naar oplossingen te grijpen. Uit de vakliteratuur weet ik dat het beschermend werkt als ouders dan niet in paniek raken, maar rots in de branding blijven. Eerlijk gezegd vond ik het best stoer van ons dat dat lukte.

Onderhuids groeide toch de onrust. Wat als we ons ten onrechte lieten geruststellen? Als we verkeerd inschatten dat het zo’n vaart niet liep? Die onzekerheid uithouden, en verdragen dat je je kind niet kunt redden, is bijna niet te doen.’

Wacht nog even

‘Ik haal voor het weekend op uit de kliniek waar ze op adem probeert te komen. Ze zegt: “Mama, zo ga ik dat dus niet doen hè.”

Heel even denk ik dat ze het licht heeft gezien.

Maar ze zit er in een groep met vijftigers en zestigers (want 18+) die al jaren met depressieve periodes kampen. Dát ziet ze niet zitten. ‘Ik hoef dat toch niet mijn leven lang vol te houden?’

Heel stilletjes haal ik diep adem. Die stomp in mijn maag. Ik dwing mezelf iets langer stil te blijven. Me voor te stellen hoe het voor haar is om dát als vooruitzicht te hebben. Niet mijn hoop voorop te zetten dat het wel overwaait.

Ik breng het op om te zeggen dat als dit haar levenspad wordt, ik naast haar blijf staan. Om samen te onderzoeken wat wijsheid is. Ook als dat niet leven is. Al moet ik er niet aan denken haar kwijt te raken.

En ik vraag: wacht nog even. Blijf alsjeblieft tot de oma’s er niet meer zijn.

Eerlijk gezegd vond ik dat een geniale vondst. We kochten er tijd mee. Ondertussen klonk in mijn hoofd heel hard: maar wat als je er later spijt van krijgt? Een volstrekt zinloze redenering natuurlijk, maar hij hield me wel bezig. Ik had ergens gelezen dat het risico bij jonge vrouwen na hun 25ste afneemt. Als we haar maar 25 konden krijgen. Het hielp om die boog voor onszelf te maken. Te begrijpen dat dit lange-adem-werk is. Het duurt altijd langer dan je denkt, schreef Judith Herzberg.’

Golven

‘Het is geen eenmalig gesprek dat je goed of fout kunt doen, waarna het probleem is opgelost. Het gaat in golven. Lange tijd worden de dalen dieper en de toppen lager. Het kan altijd nóg dieper dan je je kon voorstellen. En ook dan blijk je overeind te kunnen blijven.

Mijn andere dochter werkte bij 112 en was voortdurend bang voor een telefoontje van of over haar zus. We waren continu alert. Zorgden dat we in de buurt waren om meteen te kunnen inspringen. Ook op het werk, op feestjes, bij uitjes. Dat vraagt een heleboel compassie. Niet even, maar jarenlang.

Vrienden en familie waren lief en bedoelden het goed. Maar als het jaren duurt, weten ze op een gegeven moment ook niet meer wat ze moeten zeggen. Mensen komen met suggesties, tips, verhalen van anderen. Vaak om hun eigen ongemak met al die zwaarte een richting te geven. Je wil niet ondankbaar lijken, dus je luistert braaf. En de volgende keer geef je een neutralere samenvatting.’

Wachten

‘Hoe gaat het? Gaat het alweer wat beter? Ik wist vaak niet hoe ik dat moest samenvatten. Hoe leg je uit dat het vooral uit wachten bestaat? Dat dat wachten het ene moment vol vertrouwen is en het andere vol vrees. Hoe machteloos het voelt, en hoe moedig je moet zijn.

De actiemomenten laten zich makkelijker vertellen. Dan is er adrenaline, dan kun je iets doen, en het loopt meestal goed af. Het wachten, er zijn én blijven, is veel dapperder en moeilijker.

Ik heb me verschrikkelijk machteloos en eenzaam gevoeld. Ondanks lieve mensen om me heen, ondanks een goed huwelijk, ondanks mijn vakkennis.

Ik ben schrijver. Maar deze ervaringen zijn voor mij alleen te vangen in poëzie.’ 

Janneke van Bockel, ouderschapsdeskundige en betrokken bij het maken van mijnkindwildood.nl.

Scroll naar boven